Spanje

Terug van weggeweest: het pottenbakkersmuseum van Agost

Enkele maanden geleden opende het pottenbakkersmuseum van Agost opnieuw zijn deuren, nadat het vele jaren gesloten was geweest. De oude pottenbakkerij waar de Duitse Ilse Schütz in 1981 het oorspronkelijke museum opende, is ge­handhaafd, maar eromheen is een mo­dern en toegankelijk gebouw neergezet. Een project dat vele jaren duurde maar dat het bezoekers van alle leeftijden nu eindelijk (weer) mogelijk maakt de mooie collectie aardewerk die Schütz verzamelde te bewonderen en via moderne media te ontdekken hoe de witte klei uit de omgeving van Agost werd en nog steeds wordt verwerkt tot de bekende witte aardewerken drinkflessen, de botijos.Agost, in het binnenland van de provincie Alicante, is van oudsher bekend als pottenbakkersdorp. Sinds de negentiende eeuw waren er tientallen pottenbakkerswerkplaatsen in het dorp, allemaal zoveel mogelijk in de buurt van de bron om water bij de hand te hebben en ook niet te ver van de groeve waar de witte klei werd gewonnen. Als ge­volg van de industriële revolutie verdwenen de meeste pottenbakkers uit het dorp en richtten de zoons en de kleinzoons van de pottenbakkers aardewerkfabrieken op langs de uitvalswegen naar Novelda en Alicante. Die fabrieken zijn er nog steeds: er worden dakpannen, bloempotten en aardewerken ornamenten gemaakt en mensen komen nog altijd van heinde en verre om hier hun aardewerk te kopen. In het dorp zelf zijn nog een paar werkplaatsen in bedrijf, maar hier zijn tegenwoordig artistieke pottenbakkers aan het werk, die prachtige aardewerken creaties maken die ze rechtstreeks aan de bezoeker verkopen.

Ikzelf bezocht in 1997 het pottenbakkersmuseum voor het eerst en werd rondgeleid door oprichtster Ilse Schütz. Deze Duitse vrouw had zestien jaar daarvoor een oude pottenbakkerij ingericht als museum en ze had van de meeste pottenbakkers in het dorp mooie exemplaren van de bekende botijo (witte aardewerken fles met twee openingen) ge­kregen en oude foto’s en documenten. Hoewel de pottenbakkersfamilies zelf geen tijd hadden om zich bezig te houden met het verleden, stelden ze het wel zeer op prijs dat iemand van buiten de waarde inzag van wat zij altijd hadden gedaan en nog deden.Het museum van Schütz werd een begrip maar na twintig jaar vertrok Schütz zelf uit Agost. Ze schonk haar collectie aan de ge­meente en deze beloofde er een museum op maat omheen te bouwen. Want hoe boeiend de oude pottenbakkerij ook was, ze was nauwelijks toegankelijk voor iemand die iets minder goed ter been was.De collectie was enige tijd te bezichtigen in een tijdelijke ruimte en toen diverse jaren helemaal niet meer. De bouw van het mu­seum duurde door allerlei financiële en administratieve problemen veel langer dan ge­dacht maar eind 2016 ging het Museo de Alfarería (of Museo de Canterería in het Valenciaans) dan eindelijk in zijn vernieuwde vorm open. Er is een strak pand in de kleur van de witte klei tegen de oude pottenbakkerij aangebouwd en van binnen zijn oud en nieuw mooi geïntegreerd, met veel lichte ruimten. Het museum heeft een lift en kan prima worden be­zocht door mensen die wat minder goed ter been zijn of in een rolstoel zitten.In de hal van het museum wordt de bezoeker allerhartelijkst ontvangen. Het museum dient ook als toeristisch informatiecentrum dus u kunt er allerlei folders op de kop tikken over de pottenbakkerswerkplaatsen die nog in functie zijn, een wandeling door het dorp, wandelingen in de omgeving etc. Op de hoek van de balie staat een grote waterfles van het soort dat in Agost nog altijd veel gebruikt wordt. De mensen die op akkers of in steengroeven werken weten namelijk dat een stenen waterfles nog altijd nuttiger is dan een plastic fles. Door de poreuze klei ademt de fles en blijft het water koel, hoeveel uur je ook buiten in de hitte moet werken. In de zomer gebruikte men dan ook altijd de witte, niet-geëmailleerde botijo. In de winter werd juist de geëmailleerde gebruikt.In de eerste ruimte ziet u een aantal modellen waterflessen die te koop zijn. Elk jaar komt er een nieuw model uit dat in beperkte oplage verkrijgbaar is. Vervolgens gaat het met trap of lift naar de eerste verdieping en begint de rondgang langs de interessante collectie. Foto’s, voorwerpen en oude films tonen hoe het interieur van een woning en een pottenbakkerij er in de negentiende eeuw uitzag en welke ge­bruiksvoorwerpen er allemaal gemaakt werden. Van een ongedecoreerde maar zeer nuttige waterfles of schaal naar prachtig gedecoreerde en geschilderde voorwerpen die voor bruiloften en doopgelegenheden werden gebruikt.Bijzonder is het deel waar wordt uitgelegd hoe de botijos die klaar waren, werden opgestapeld om te worden vervoerd naar markten om te worden verkocht. De witte klei is niet alleen poreus maar ook kwetsbaar en dus was het belangrijk ze goed te stapelen, zodat de kar die door een paard werd voortgetrokken, niet met een stapel scherven bij de markt aankwam.Ook heel boeiend is de oude oven, die drie verdiepingen heeft. Via een video wordt ge­toond hoe zo’n oven helemaal vol werd gestouwd met aardewerk dat gebakken moest worden, hoe de deur vervolgens werd dichtgemetseld om te voorkomen dat er lucht bijkwam en hoe vervolgens eronder een vuur werd gestookt.In volgende ruimten ziet men oude documenten, prachtig geëmailleerde gebruiksvoorwerpen, draaitafels waarop de voorwerpen gemaakt werden en nieuwe ruimten waarin nu de bibliotheek, een ruimte voor workshops en een magazijn gevestigd zijn. Buiten bevinden zich de kleibassins en op een video wordt getoond hoe de klei die uit de bergen kwam in waterbassins gezeefd werd tot ze precies de goede samenstelling had om voor waterflessen te dienen.Al met al een heel boeiend bezoek dat nog kan worden uitgebreid met een wandeling langs de oude bron en door de calle Ventós waar vroeger de meeste pottenbakkerijen waren. Of een bezoek aan één van de ateliers waar men pottenbakkers aan het werk kan zien, bijvoorbeeld Emili Boix.Praktische informatieAgost ligt maar 18 km ten westen van de stad Alicante en is gemakkelijk te bereiken. U rijdt naar Alicante, kiest op de rondweg rondom de stad de afslag San?Vi­cente/ Alcoy en na enkele kilometers de afslag Agost. Via de CV-820 rijdt u in tien minuten naar Agost. Als u uit het zuiden van de provincie komt, kunt u ook op de A-70 bij Elche de afslag Aspe nemen en dan via Novelda en de CV-820 naar Agost rijden. In beide gevallen komt u aan de rand van het centrum op een kleine rotonde terecht, waar het Museo de Alferería al staat aan­gegeven met een roze bord. U volgt niet ‘centro ciudad’ maar neemt de doorgaande weg die links langs het oude centrum loopt, tot u een indicatie van het museum ziet die u linksaf doet slaan. Na een paar meter parkeert u rechts van de weg naast een gebroken wit nieuw uitziend gebouw. U kunt ook op uw GPS-systeem het adres ‘Carrer de Monfort 4, Agost’ invoeren.Openingstijden: di-za 09.00-15.00, zo 10.00-14.00 uur.Entree: 2,50 €, 2 € voor groepen. Bezoek museum en rondwandeling door dorp met gids 5 € (groepen vooraf reserveren: 965 69 11 99).Tip: Het museum heeft op 1 en 2 april as. ...
+