Spanje

Achter de schermen van Moren en christenen

Het is die tijd van het jaar waarin er elke week wel ergens in de provincie Moren- en christenenfeesten worden gevierd. Het zijn spectaculaire feesten waarbij vooral de gala-optocht van de troepen drommen publiek trekt. Zowel Span­jaarden als buitenlanders kijken hun ogen uit bij het zien van de fantastische kostuums en ze leven mee met de opzwepende muziek en de zichtbare overgave waarmee de deelnemers hun feest beleven.Ondergetekende had in ruim twintig jaar al heel wat optochten in verschillende plaatsen gezien maar afgelopen weekend kwam de unieke gelegenheid om actief deel te nemen aan een optocht. Mijn zwager en schoonzus waren dit jaar verkozen tot kapiteins van de Moren in de plaats Castalla. Al in het vroege voorjaar kondigden ze aan dat het toch wel erg op prijs zou worden gesteld als de hele familie mee zou doen aan de ‘boato’, de show waarmee de kapiteins voor de dag ko­men tijdens de ‘Entrada’ en die doorgaans bestaat uit praalwagens, dans en muziek.

En zo gingen wij afgelopen vrijdag naar Cas­talla, om voor het eerst actief deel te nemen aan de Moren- en christenenfees­ten. Mijn zwager en schoonzus hadden er toen al maanden van voorbereidingen en plechtigheden opzitten. De kostuums waren uitgezocht, voor henzelf en hun kinderen op maat gemaakt en voor alle figuranten zoals wij, gehuurd. Een handige vriend had van een leegstaand lokaal met hardboard en andere materialen een prach­tig onderkomen ge­maakt, met wandgrote foto’s en ornamenten die het lokaal omtoverden tot een Arabische tempel: de ‘capitanía’, ofwel het onderkomen van de kapiteins. In juli had de presentatie van de kapiteins al plaatsgevonden, met veel pers en publiek.Castalla is een plaats waar een groot deel van de inwoners met heel het hart meeleeft met de feesten. De familie van mijn schoonzus heeft dat met de paplepel ingegoten gekregen en er was voor hen geen grotere eer te bedenken dan kapitein te mogen zijn van de Moren- en christenenfeesten. De broer van mijn man is na zijn huwelijk en zijn verhuizing naar Castalla met dit virus besmet en ook hun beide zoontjes lopen te stralen als ze verkleed worden als kleine Moortjes.Toen wij in Castalla aankwamen, was het hele dorp dus in feeststemming. We meldden ons bij de ‘capitanía’ waar er natuurlijk eerst iets te eten en te drinken klaar stond. Want in Spanje gebeurt er weinig als niet eerst de inwendige mens verzorgd is. Vervolgens werden mijn schoonzus en zwager door zeer bekwame visagisten op­gemaakt. Ze kregen prachtige oogmake-up en Arabische tekens op hun wangen. Ook hun zoontjes werden onder handen genomen. Mijn man heeft zes broers en zussen en ze de­den vrijwel allemaal mee, net als hun partners. De mannen kregen een zwarte lijn onder hun ogen getekend, de vrouwen wat bruine gezichtsmake-up en mooi aangezette ogen.Al snel was het tijd om ons om te kleden in een nabij lokaal. Voor de mannen waren er witte kostuums met daaroverheen een blauwe jas en een blauwe tulband als hoofddeksel. De vrouwen kregen een sari toegewezen, bestaande uit een lange rok, een blouse en een lange lap stof die op hoofd en schouder werd vastgemaakt. De sari’s hadden uiteenlopende felle kleuren.De kapiteins waren ondertussen ook in hun kostuums gehuld, die werkelijk prachtig wa­ren, met veel borduursels en ornamenten. De kapiteins sluiten normaal gesproken een optocht van Moren en christenen af dus terwijl wij ons aan het omkleden waren, hoorden we al constant de muziek van de harmonieorkesten, die andere groepen feestgangers begeleidden in de optocht.In elke plaats waar Moren- en christenenfeesten worden gevierd, is een flink aantal feestverenigingen. Er zijn diverse verenigingen van Moren, zoals traditionele Moren met een blauwe broek en een rode fez, Berbers met spectaculaire Afrikaanse kostuums etc. Vervolgens zijn er christenengroepen zoals kruisvaarders, edelen, studenten en landbouwers. En er zijn piraten. Al deze feestverenigingen hebben hun eigen lokaal in het dorp dat hun basis vormt en van waaruit ze vertrekken voor de optocht, begeleid door een harmonieorkest.Toen iedereen zijn of haar kostuum aanhad, vertrokken we vanuit de capitanía en onder begeleiding van een orkest naar het punt waar de optocht moest beginnen. Hier stonden de praalwagens klaar. Onze kleine neefjes namen plaats op een prachtige praalwagen in de vorm van de Taj Mahal, andere kinderen namen plaats in een soort harem en weer andere gingen op de rug van dromedarissen. De mannen van onze familie werden ingezet om de harem voort te duwen terwijl wij vrouwen een mandje met kruiden kregen. We liepen naast een praalwagen in de vorm van een kruidentuin met fontein en het was de bedoeling dat we tijdens de optocht rozemarijn, tijm en salvia zouden rondstrooien en aan de toeschouwers zouden uitdelen.Er volgde een lange tijd van wachten totdat het precieze moment gekomen was dat de ‘boato’ in beweging mocht komen. De stemming zat er echter goed in want de meesten hadden al aardig wat alcoholische versnaperingen achter de kiezen.Mijn groepje vormde een opvallend gezelschap: mijn vier prachtige, donkere schoonzussen en daartussen een blonde Neder­landse. We lachten de toeschouwers stralend toe en drukten ze hoopjes geurige kruiden in de handen. We werden honderden keren op de foto gezet en toegejuicht terwijl we soms op het ritme van de muziekgroep voor ons liepen en soms op dat van het orkest achter ons.Vlak achter ons liepen de kapiteins te stralen en te zwaaien naar het in groten getale op­gekomen publiek. En op de eretribune zaten de ouders van de kapiteins trots te zijn. Pas op dat moment drong goed tot me door dat deze mensen hun feesten vele malen intensiever beleven dan ik me kan voorstellen. Ze geven grote geldbedragen uit om zich jaar in jaar uit onder te dompelen in de feestvreugde en voor hen is er geen prachtiger moment denkbaar dan hier, toegejuicht door het hele dorp, in vol ornaat door de straten te lopen.Na afloop van de optocht ontdeden de mees­ten van ons zich zo snel mogelijk van de mooie maar oncomfortabele kostuums, om in ons normale kloffie aan te schuiven voor de volgende maaltijd, die in het grote ge­bouw van de feestvereniging plaatsvond en waar honderden mensen aanwezig waren. Voor mijn zwager en schoonzus was het echter nog lang niet voorbij. Die hadden zich al weer omgekleed in een ander prachtig kostuum en ze spoedden zich naar de processie. Ook de dagen erna waren ze constant druk, met het traditioneel zwaaien van vlaggen, de bloemenofferande, de kinderoptocht, de gevechten tussen Moren en chris­tenen en talloze informele feestonderdelen. Ze kleedden zich driemaal per dag om en beëindigden de feesten op maandag uitgeput maar zeer gelukkig. ...
+