Spanje

‘Made in Costa Blanca’ (II)

Vorige week schreef ik op de ‘Spanje’- pagina over het initiatief ‘Made in Costa Blanca’, dat meer aandacht moet genereren voor het zogenaamde industrieel toerisme. De Costa Blanca is veel meer dan een mooi klimaat en een serie stranden en de inwoners verdienen hun brood ook met het produceren van bijvoorbeeld chocolade, speelgoed, turrón, marmer, wijn, vloerkleden en schoenen. Deze week zetten we tocht langs de plaatsen met speciale industrieën voort.‘Made in Costa Blanca’ heeft tot doel om meer aandacht te schenken aan het feit dat Alicante een bijzonder productieve provincie is. Zo komt het overgrote deel van de turrónproductie uit Jijona en een belangrijk deel van de schoenen uit Elche en Elda. Die twee sectoren behandelde ik vorige week, evenals de chocola uit la Vila Joiosa en het speelgoed uit Ibi en Onil.

Deze week gaan we verder met het marmer, dat zijn centrum vindt in Novelda maar ook voor werkgelegenheid en inkomsten zorgt in La Romana, Monóvar en Pinoso. In dit deel van de provincie Alicante werd al in de achttiende eeuw bedacht dat het feit dat de bergen bijzondere gesteenten bevatten, kon wor­den geëxploiteerd. Er werden steengroeven in gebruik genomen en de marmerindustrie is sinds die tijd alleen maar belangrijker geworden. In 1977 werd het regionale orgaan ‘Mármol de Alicante’ opgericht, met zetel in Novelda. Het is een overkoepelende vereniging voor alle marmerfabrikanten in deze regio.In de regio Novelda wordt marmer in drie verschillende kleuren gewonnen: bruin, goudkleurig en rozerood. De kleur van het marmer hangt af van de mineralen die zich gedurende miljoenen jaren in de rotsen hebben gevormd. In de enorme marmerbedrijven langs de snelweg A-31 naar Madrid kunt u de brokken marmer en ook de gepolijste resultaten zien maar leuker is het om een bezoekje te brengen aan een marmergroeve.?De in Spanje woonachtige Nederlandse beeldhouwer Jan?Keijsers organiseert eenmaal per week een excursie naar een marmergroeve in La Romana. Voor meer informatie en opgeven, zie http://beeldhouweninspanje.webs.com.Novelda is sowieso een goed voorbeeld van een stad in de provincie Alicante waar op allerlei gebied aan industrie en export van zelf gewonnen of geoogste producten wordt gedaan. Behalve de marmer is dat ook de saffraan, een specerij die veel wordt ge­bruikt in de Spaanse keuken, bijvoorbeeld om de paella geel te kleuren en een speciale smaak te geven. Spanje is na Iran wereldwijd het land waar de meeste saffraan wordt verbouwd en Novelda is weer de stad waar de meeste saffraan van Spanje wordt geproduceerd.Saffraan wordt verkregen door de stempel en de stijlen van een kleine bloem, de saffraankrokus (Crocus sativus), te winnen. Dit gebeurt handmatig en het is een arbeidsintensief werkje. De geoogste plantendelen worden gedroogd en dan luchtdicht verpakt. Voor een kilo saffraan zijn ongeveer 150.000 bloemen nodig maar je hebt maar één draadje nodig om een liter water op smaak en kleur te brengen. De saffraan wordt dus verpakt en verkocht in zeer kleine hoeveelheden.In Novelda begon de saffraanindustrie meer dan een eeuw geleden en vooral na de oprichting van het bedrijf Carmencita in 1920 nam de specerijensector een grote vlucht in Novelda. In vrijwel elke Spaanse supermarkt of kruidenierswinkel kan men tot op de dag van vandaag saffraan van het merk Carmencita vinden en in het najaar wordt er in Novelda een gastronomische week georganiseerd waarin saffraan de hoofdrol speelt.Onder de bogen van het gemeentehuis van Novelda, gelegen aan de Plaza de España, bevinden zich drie prachtige mozaïeken die de belangrijke industrietakken van Novelda uitbeelden: de marmerwinning, de saffraanoogst en de druiventeelt. Want behalve de al twee beschreven sectoren is ook de tafeldruif een heel belangrijk product in Novelda. De tafeldruif is een witte druif die in de zo­mer wordt voorzien van een witte papieren zak, zodat de vrucht langzaam rijpt en niet aangetast wordt door insecten, weer en wind. Op deze manier blijven de vruchten goed tot december, als ze massaal geoogst worden om ervoor te zorgen dat iedereen in Spanje op 31 december twaalf druiven op zijn schoteltje heeft liggen. Het hele Vinalopógebied staat bekend vanwege deze druiven maar ook van deze sector vormt Novelda het centrum. Als u de berichtgeving van het toeristisch informatiekantoor van Novelda in de gaten houdt, bijvoorbeeld op Facebook ‘Novelda Turismo’, kunt u zich opgeven voor de excursies naar druivenkwekers, bodega’s en marmerproducenten die enkele malen per jaar worden georganiseerd en die zeer de moeite waard zijn. Op eigen gelegenheid kunt u bovendien in de Santa María Magdalena kerk op een heuvel buiten de stad het enige marmeren orgel van Spanje bezoeken. Het spreekt vanzelf dat het marmer uit de omgeving komt.Het Vinalopódal staat ook bekend vanwege de uitstekende wijnen. Er zijn talloze bo­dega’s in dit deel van de provincie, die ook steeds meer inspringen op het toerisme. U kunt bijvoorbeeld de prachtig gelegen bodega van Casa Sicilia in Novelda bezoeken (zie http://casacesilia.es) of de enorme bo­dega Bocopa in Petrer, die diverse prijswinnende wijnen produceert (zie voor een bezoek www.bocopa.com). Het is interessant meer te weten te komen over de wijnbouw in de provincie en natuurlijk nog leuker om de wijnen te proeven. Dich­ter bij de kust zijn ook de bodegas Mendoza in L’Alfás del Pi (www.boco­pa.com) en natuurlijk de bodega in Xaló leuk om te bezoeken (www.bodegas­xalo.com). In alle gevallen is het verstandig vooraf te reserveren.Dichtbij Alicante ligt Agost, een kleine plaats die naam heeft als pottenbakkersdorp. In de buitenwijken vindt u grote bedrijven die bakstenen fabriceren en verkopen en ook een tiental bedrijven waar men plantenbakken en andere aardewerken tuinornamenten kan aanschaffen. In het dorp zijn diverse ateliers voor het meer creatieve pottenbakkerswerk en het pottenbakkersmuseum in het oude centrum is een must als u wat over de geschiedenis van het pottenbakken wilt weten: zie www.museoagost.com.Tot slot nog een laatste industrietak, die werk geeft aan een deel van de bevolking van Crevillente. Deze stad in de zuidelijke helft van de provincie Alicante heeft als bijnaam ‘La ciudad de la Alfombra’, de stad van het tapijt. Er was een tijd dat Crevillente tachtig tapijtfabrieken telde maar de crisis heeft vele daarvan de kop gekost. Toch ziet de bezoeker in de buitenwijken van Crevi­l­lente nog diverse tapijtfabrikanten die hun prachtige creaties van ...
+