Spanje

Esparto: van eerste behoefte tot decoratie

In met name de drogere delen van de provincie Alicante is esparto een zeer veel voorkomende plantensoort. Langs binnenwegen en op glooiende heuvels staan honderden pollen hard en groen gras met grote wuivende pluimen. Niet iedereen weet dat deze plant al duizenden jaren en tot op de dag van vandaag wordt gebruikt voor de vervaardiging van gebruiksvoorwerpen als touw, sandalen, manden en papier.Tijdens mijn wandelingen kom ik ze het hele jaar door tegen maar het is in de lente dat ze het meeste opvallen: de grote pollen gras met hun enorme uitstekende pluimen. Het gaat hier om de plant Stipa tenacissima of Esparto en de genoemde pluimen vormen de bloeisels van deze grassoort. Het is een plantensoort die al duizenden jaren voorkomt in het westelijke deel van het Middellandse zeegebied, vooral aan de Marokkaanse en Spaanse kust.

Het espartogras groeit het liefst op zandgrond en grond met een hoog kalkgehalte. De plant heeft bovendien niet veel water nodig om te overleven. Omdat het espartogras al sinds mensenheugenis door de mens gebruikt is, kan men ervan uitgaan dat een aanzienlijk deel van de exemplaren die u vandaag de dag in Spanje aantreft, ooit door de mens werd aangeplant.Archeologen kunnen met grote zekerheid zeggen dat esparto al in de oudheid door de mens werd gebruikt. Zo zijn er in een grot in de provincie Granada zesduizend jaar oude mummies gevonden met kleding en mandjes van esparto. De Romein Pli­nius meldt bovendien in zijn geschriften dat de schepen die over de Middellandse Zee voeren touwen gebruikten die van esparto gemaakt werden. Het esparto werd in de Romeinse tijd op twee plaatsen gewonnen: in een gebied in het zuidoosten van Spanje dat bekend stond als ‘Campus Spartarius’ en in een woestijngebied in Algerije, in de buurt van het Atlas-gebergte.Omdat de Noord-Afrikaanse Moren die Spanje vanaf het einde van de zevende eeuw onder de voet liepen, ook al eeuwen gewend waren voor veel van hun gebruiksvoorwerpen esparto te gebruiken, werd het gebruik van dit gras in Spanje in de Middeleeuwen nog gestimuleerd. Voor­al in de kleinere dorpen in het gebied tussen Madrid en de zuidoostkust was een aanzienlijk deel van de bevolking werkzaam in de esparto-oogst, de winning van bruikbare vezels en het vlechten van manden, matten, touwen, werkkleding, hoeden, tassen, schoeisel etc. Pas toen halverwege de vorige eeuw het plastic werd uitgevonden en die grondstof een veel goedkoper alternatief bleek voor veel gebruiksproducten, ging het bergafwaarts met de esparto-productie. het fabriceren van de grasvezels bleek veel bewerkelijker en duurder dan het vervaardigen van plastic en een ambacht dat gedurende tientallen generaties van vader op zoon was doorgegeven, had opeens geen waarde meer.Tegen­woordig wordt esparto alleen nog gebruikt door een enkele ambachtsman die zijn handgevlochten producten zelf ge­bruikt of die decoratieve producten maakt die hij op (kunst) markten aan de man probeert te brengen. dat betekent overigens niet dat de pollen gras hun belang helemaal hebben verloren. Omdat esparto weinig water en geen verzorging nodig heeft, worden ze tegenwoordig vaak aangeplant in droge gebieden langs de kust om erosie tegen te gaan. Met hun wortels houden de pollen het zand en het water vast en gaan ze woestijnvorming tegen.De methode om grasvezels te winnen en de graspol dus te verwerken tot gebruiksobject is volgens de archeologen in de afgelopen duizenden jaren nauwelijks veranderd. Om het gras te kunnen oogsten gaat de handwerksman aan het begin van de zomer, als de pluimen zijn uitgebloeid en de zaden zijn rondgestrooid, het veld in met een lange, rechte stok met aan het einde een verdikking. Deze stok houdt hij bij de uiteinden van een grote graspol en hij begint de grassen om de paal te rollen. De bladeren van de grassen zijn gemid­deld 40 tot 60 cm lang. Op de grond aangekomen geeft hij een ruk aan de paal en de grassen scheuren bij de grond af. Deze handeling herhaalt hij keer op keer totdat er een flink aantal grassen om zijn stok zitten. Thuisgekomen worden de grassen een aantal weken in de zon te drogen gelegd. Vervolgens zijn er twee mogelijke bewerkingen van de grassen. Als de handwerksman een fijnere grasvezel wil verkrijgen, worden de grassen gedurende een maand ondergedompeld in een bassin met heet water. Er vindt in die maand een proces van fermentatie plaats en de laag die om de grasvezels heen zit, laat los. Na de fermentatie worden de grassen op­nieuw te drogen gelegd en daarna van de buitenste laag ontdaan, zover die nog niet los heeft gelaten. Tenslotte worden de grassen ge­hekeld en daarna zijn ze klaar voor verwerking in bijvoorbeeld papier, fijne touw of kleding. Es­partogras heeft korte vezels van 1 bij 10 mm die heel soepel zijn en erg bruikbaar zijn voor het maken van heel fijn papier. Al sinds 1850 wordt de vezel van esparto voor papierproductie in diverse landen gebruikt. Dit wordt nog steeds gedaan, al hoewel ook in deze toepassing het esparto steeds meer vervangen wordt andere grondstoffen.Bij de tweede methode worden de grassen slechts enkele dagen in het water gelegd om ze wat soepeler te maken. Na het drogen zijn de grassen geschikt om ze te vlechten tot bijvoorbeeld een ‘pleita’, een brede, stevige vlecht die dient om manden van te maken. Ook voor het maken van sandalen, matten, bezems en borstels wordt de tweede methode gebruikt.Het is nog maar een halve eeuw geleden dat in elk dorp en elke plaats diverse mensen hun brood verdienden met het oogsten van esparto en met het bewerken en maken van producten van deze grassoort. Tegenwoordig zijn de sandalen van esparto te zien in het ecologisch museum en zijn de mooie rieten manden hoogstens nog te koop in de toeristenwinkels van Gata de Gorgos of op markten. Toch is het, als u door de bergen wandelt en de wuivende pluimen van de pollen esparto ziet staan, goed om erbij stil te staan dat deze grassen ...
+