De feestdagen van 6 en 8 december

Vaak hoor ik de opmerking dat er in Spanje zoveel feestdagen zijn. Dat is zo, zeker als men het aantal officiële feestdagen vergelijkt met het aantal in Nederland of België. Maar er staat tegenover dat Spanjaarden over het algemeen minder vakantiedagen heb­ben en op dagen dat ze wél werken heel veel uren draaien. Gemiddeld werken ze dus minstens net zo veel en ze kijken reikhalzend uit naar die officiële vrije dagen. Aanstaande week zijn er twee nationale feestdagen. Welke dat zijn? Ik leg het hier uit.
 
Komende dinsdag, 6 december, staat u bij de meeste winkels voor een dichte deur. Op die dag wordt in Spanje namelijk de ‘Dia de la Constitución’, de dag van de grondwet gevierd. Wat valt er te vieren over een grondwet, zult u zich misschien afvragen maar vooral voor de oudere Spanjaarden, die veertig jaar geleden nog te maken hadden met een dicta­tuur, staat het niet hebben van een democratie nog heel helder in het geheugen gegrift. Men viert dus dat 37 jaar geleden, op 6 december 1978, de democratische grond­wet werd bekrachtigd, na een lang overgangsproces tussen dictatuur en parle­mentaire monarchie, dat van 1975 tot 1978 duurde en dat de Transicion Es­pañola (= Spaanse overgang) wordt ge­noemd.De verandering werd ingezet op 20 november 1975 toen dictator Francisco Franco overleed. Franco had Spanje sinds 1939 onderworpen aan een streng regime, waar­­­in geen vrijheid van meningsuiting was en waarin de bevolking vaak in angst leefde. Deze situatie duurde 35 jaar en alle mensen van boven de vijftig hebben die beperkte vrijheid bewust meegemaakt.Franco had koning Juan Carlos als zijn opvolger aangesteld. De meeste mensen dachten dat de jonge koning een marionet van Franco was die op dezelfde voet ver­der zou gaan. De verrassing was dan ook groot toen Juan Carlos meteen begon met een democratiseringsproces, dat overigens op de nodige weerstand stuitte van zowel uiterst linkse als uiterst rechtse groeperingen. Toch werd in juli 1976 de eer­ste democratische regering beëdigd, met de in 2014 overleden Adolfo Súarez als minister-president. Deze regering stuurde in oktober 1976 een wetsontwerp voor een politieke hervorming naar het parlement. In dit wetsontwerp wa­ren drie belangrijke punten opgenomen: de rechten van de mens als individu, de wettelijke autoriteit van de gekozen volks­verte­genwoordiging en een democratisch kiesstelsel. Het wetsontwerp werd aange­no­men en op 15 juni 1977 vonden de eer­ste vrije verkiezingen plaats in meer dan veertig jaar.


 
Na de aanname van de wet op politieke hervorming was de weg vrijgemaakt voor het ontwerpen van een democratische grondwet. Het parlement stelde zeven van haar leden aan om een ontwerp voor deze grondwet te maken. Deze zeven afge­vaar­digden, die de ‘Padres de la Constitución’ (de ouders van de grondwet) worden genoemd, waren afkomstig uit vier verschillende politieke partijen. De zeven mannen stelden een ontwerp op dat niet bij iedereen in goede aarde viel. De oude Franquisten verzetten zich tegen veel hervormingen. Maar uiteindelijk, na veel geschaaf en gepraat, werd de grondwet door het parlement goed­ge­keurd. Vervol­gens werd het onderworpen aan een referendum. En toen ook de be­volking haar goedkeuring had gegeven, werd de grondwet op 6 december 1978 bekrachtigd. Het was de ultieme be­vesti­ging voor het Spaanse volk dat de rechten van de mens in ere waren hersteld en daar wil men nog elk jaar graag bij stil staan. Vaak zijn er op 6 december speciale concerten en laten de politici zich in het openbaar zien. De jongere generatie staat echter nauwelijks stil bij de betekenis van de vrije dag.Twee dagen nadat men dus uitgebreid heeft stilgestaan bij de terugkeer naar de de­mocratie volgt alweer de volgende feest­dag. Op donderdag 8 december wordt de dag van de ‘Inmaculada Concepción’, de onbe­vlek­te ontvangenis, gevierd. Deze katholieke feestdag is behalve in Spanje ook in landen als Italië, Portugal, Oostenrijk en Zwitserland een officiële vrije dag.Op de Rooms-katholieke kalender staat 8 december als hoogfeest genoteerd. Op deze dag wordt stilgestaan bij de bijzondere positie van de Maagd Maria. Volgens een dogma dat op 8 december 1854 werd afgekondigd door Paus Pius IX, kwam Ma­ria ter wereld zonder belast te zijn met de erfzonde. Zij zou een onbevlekte ziel heb­ben ontvangen, waarop God al vantevoren de zuiverende werking van de toekomstige ver­los­sing door haar Zoon zou hebben toegepast. Maria is volgens het katholieke geloof dus als Maagd geboren, heeft als Maagd een kind gekregen en is als Maagd gestorven, puur en onbevlekt. Het begrip onbevlekte ontvangenis betekent voor de katholieke kerk dus veel meer dan de ge­dachte dat Jezus geboren werd uit een Maagd.
 
Het feest van de onbevlekte ontvangenis wordt al vele eeuwen gevierd, lang voordat Pius IX met zijn dogma kwam. De pausen Sixtus IV en Alexander VII (respectievelijk in vijftiende en zeventiende eeuw) spraken zich ook al voor deze gedachte uit en volgens oeroude ge­schrif­ten was er zelfs al in de vijfde eeuw sprake van een heilig geloof in de reinheid van Maria.
 
De afkondiging van het dogma door Paus Pius IX was de aanleiding voor nog meer verering door de katholieken van de persoon?Maria. De protestanten daarentegen vinden dat nergens in de Bijbel expliciet iets over de onbevlekte ontvangenis te lezen valt en zij hebben het dogma altijd van de hand gewezen. In de Spaanse ka­tho­lieke kerk is 8 december echter nog al­tijd een belangrijke dag. Er zijn vaak speciale kerkdiensten en in kerken die naar de Inmaculada Concepción genoemd zijn (bijvoorbeeld in Torrevieja), wordt het beeld van de maagd meegenomen in processies en zijn er uitgebreide feesten. Dat het grootste deel van de Spaanse bevolking deze religieuze feest­dag aangrijpt om lekker uit eten te gaan, een reisje te maken of gewoon niets te doen, zal de Spaanse staat niet verhinderen om de dag voorlopig op de feestdagenkalender te laten staan. Bovendien levert de combinatie met de feestdag van 6 december vaak een extra mogelijkheid op om er even tussenuit te gaan.
 
Door: Bea Lutje Schipholt
 
.