Morella: parel op een steile rots

Enkele weken geleden nam ik u mee naar het noorden van Castellón en beloofde dat Morella de volgende plaats zou worden die aan de beurt kwam. Morella is namelijk één van de mooiste en interessantste stadjes in het noorden van de Comunidad Valenciana. Gelegen op een steile rots en daardoor al uit de verte zichtbaar, bestaat het oude centrum uit smalle straten, eindeloze trappen en prachtige historische gebouwen.
 
Morella was lange tijd de hoofdstad van de streek en het is daardoor dat het centrum voornaam aandoet, met diverse paleizen, een grote basiliek en een imposant kasteelcomplex. Morella is dan ook niet voor niets opgenomen in het toeristische netwerk ‘Los Pueblos más Bonitos de España’, dat in 2013 werd opgericht en dat tot doel heeft het cultureel erfgoed van mooie plaatsen die niet in de meest toeristische gebieden liggen, te promoten.
 
Als u vanuit het westen aan komt rijden, ziet u Morella al lang van te voren liggen. De rots waarop het oude centrum ligt, steekt dan ook een eind boven de omgeving uit. Bij nadering ziet u de imposante stadsmuren en de stadspoorten, die toegang bieden tot het cen­trum. Als u de eerste afslag, die naar de Poort Sant Mateu leidt, voorbijrijdt en de twee­de afslag (Poort Sant Miquel) neemt, komt u voor u de stad bereikt langs een indrukwekkend aquaduct uit de 14e eeuw. Via dit aquaduct werd in vroeger eeuwen het drinkwater uit twee nabije bronnen naar de stad gebracht.
 
Vlak voor de poort Sant Miquel wordt u met de auto rechtsaf geleid naar een parkeerplaats.?Als het druk is, is het verstandig hier gebruik van te maken. Is het een doordeweekse dag in de herfst en vrij rustig, dan kunt u ook proberen onderlangs de poort linksaf te slaan en even later langs de binnenkant van de muren te parkeren.
 
Zoals elke plaats die op een berg of rots is gebouwd, is de opzet van Morella eenvoudig te doorgronden: trappen leiden naar boven en naar beneden en straten lopen van links naar rechts. Het leukst is het gewoon maar wat te gaan dwalen en via de trappen langzamerhand hoger te komen. Als u uw auto heeft achtergelaten op het genoemde parkeerterrein loopt u de stad binnen via de poort Sant Miquel, de grootste poort in de veertiende-eeuwse stadsmuren. De muren omringen de hele binnenstad en zijn compleet. Ze werden gebouwd op de grondvesten van oudere, Moorse muren. Direct achter de poort ligt het toeristisch informatiecentrum, waar men u een plattegrond en folders over de stad kan verschaffen. Ook is er hier een museum over dinosauriërs. In deze contreien en iets verder naar het noorden zijn veel sporen van dinosauriërs gevonden.
 
Als u tegenover het gezondheidscentrum de calle Juan Giner inloopt, heeft u één van de de belangrijkste straten van het centrum te pakken. Deze leidt onder meer langs het in een 15e-eeuws paleis gevestigde stadhuis, het straatje dat naar de Jodenwijk liep en vooral naar de Calle Blasco de Aragón, een stuk straat met aan beide kanten stenen pilaren, voorname panden en gezellige terrassen.

Als u via één van de vele trappen een niveau hoger gaat, komt u uit bij de prachtige Santa María basiliek, een van oorsprong 14e-eeuws gebouw met een mooi hoofdportaal en een heel boeiend interieur. De toegang tot de kerk bedraagt 2,50 € maar het is zeker de moeite waard om een kijkje te gaan nemen. Vooral het koor, het retrochorus en de trap van het koor met diverse afbeeldingen uit de Bijbel, zijn heel bijzonder.
 
Nu u toch in het hogere gedeelte van de stad bent, is het slim om de bordjes ‘castillo’ te volgen, die u naar het Franciscanerklooster leiden. Dit dertiende-eeuwse klooster is ge­deeltelijk gerestaureerd en het vormt tegenwoordig de ingang naar het kasteel. Na het betalen van 3,50 euro doorkruist u de vervallen kloostergalerij en begint dan aan een boeiende maar vermoeiende tocht naar het kasteel. Eerst gaat het onderlangs de enorm steile rots en u kunt u erover verwonderen hoe de Moren er in de dertiende eeuw al in slaagden om deze natuurlijke afscheiding te gebruiken als verdedigingswerk. Vervolgens komt u via een poort in delen van het complex die werden gebruikt en bewoond, onder meer tijdens de successie-oorlog (18e eeuw) en de Carlistenstrijd (19e eeuw). U kunt het gouverneursgebouw bezoeken, oude afbeeldingen en wapens zien en over de muren op de stad kijken. Vervolgens kunt u via 98 traptreden naar het hoogste deel van het kasteel klimmen, waar niet veel meer van over is, maar waar vanaf u een prachtig uitzicht heeft op de hele omgeving.
 
Als u weer beneden bent, moet u ook even een blik werpen in de kapittelzaal van het klooster, achter de pilaren van de vervallen binnenplaats. Hier zijn heel oude muurschilderijen bewaard gebleven, die de ‘dans van de dood’ weergeven.
 
Via andere straten en trappen loopt u naar een lager deel van de stad en merkt dat er in elk steegje pittoreske hoekjes verborgen liggen. Zo is er een heel smal straatje, de Carrero de Preso, met bijzonderen houten constructies, of zijn er de bomen langs de Costa Sant Joan. Als u blijft overnachten is het mooi de muren, de poorten en het kas­teel met verlichting te aanschouwen en neer te strijken in één van de vele restaurantjes. Want Morella is ook bekend vanwege haar uitstekende keuken. Specialiteiten zijn diverse stevige vleesgerechten maar vooral paddestoelen (het seizoen daarvoor loopt van oktober tot december), cuajada (een toetje van gestremde melk dat in aardewerken potjes wordt geserveerd) en floans (zoet deeg ge­vuld met amandelen en kwark).
 
Praktische informatie
 
Route: Morella ligt 280 km ten noorden van de noordgrens van de provincie Alicante en 40 km van het drie weken geleden beschreven Sant Mateu, waarmee een bezoek dus mooi te combineren is. U rijdt vanuit de provincie Alicante via de AP-7 tot Valencia en kiest dan de rondweg om de stad (richting?Barcelona dus). Bij Sagunto heeft u twee opties, tussen de tolweg AP-7 en de gewone snelweg A-7 die iets verder van de kust loopt. In het eerste geval rijdt u tot Vinarós en neemt dan de N-232 oostwaarts naar?Morella. In het tweede geval kiest u ter hoogte van het ongebruikte vliegveld van Castellón de CV-10 naar Sant?Mateu en neemt een stukje ten noorden van Sant Mateu de N-232 richting?Morella. U ziet Morella al van ver liggen. In het oude centrum is autoverkeer maar beperkt mogelijk dus het is verstandig de auto op één van de parkeerplaatsen buiten de oude stad of langs de stadsmuren neer te zetten.TIp: Een fijne overnachtingsplek is Hotel Cardenal?Ram, gevestigd in een mooi pa­leis midden in het centrum, zie www.hotelcardenalram.com of www.booking.com.NB: Morella ligt op 984 meter hoogte en in de winter wordt het er dus flink koud. Er valt zelf regelmatig sneeuw. De aangewezen periode voor een bezoek is dus herfst of lente.
 
Door: Bea Lutje Schipholt
 
.