Kersen onder de loep


 

 
In de bergdalen in het binnenland van de Costa Blanca hangen de kersenbomen momenteel vol met rode balletjes en de eerste kersen zijn al op de markt te vinden.
 
Een passend tijdstip dus om de loep eens te leggen op deze lekkere en veelzijdige vrucht die niet zo vaak met Spanje geassocieerd wordt maar juist in de provincie Alicante in groten getale te vinden is.
 
Tijdens een uitstapje in de bergen vorige week zag ik ze hangen: duizenden kleine balletjes in alle kleurschakeringen rood, van heel licht en nog lang niet rijp tot donker en sappig. De kersentijd breekt aan en dat is vooral voor de Vall de Gallinera in het noorden van de provincie Alicante een belangrijk moment. Dit dal staat namelijk landelijk bekend als de streek in Spanje waar de beste en de zoetste kersen vandaan komen. En volgens de overlevering is dat al eeuwenlang het geval. Een legende vertelt dat Jaime I, toen hij dit gebied in de dertiende eeuw op de Moren heroverde, opschreef dat ‘het dal besneeuwd was met de witte blaadjes van de kersenbloesem’. De kersentelers in de Vall de Gallinera zijn er dan ook trots op dat sommige van hun kersenbomen vele honderden jaren oud zijn en nog steeds jaarlijks vele kilo’s zoete vruchten produceren.
 
De kersenboom maakt deel uit van de Rosaceae-familie en van de soort Prunus. Ze is nauw verwant aan de amandel, de perzik, de abrikoos en de pruim. Hoewel er niet al te veel bekend is over de herkomst van de kersenboom, gaat men ervan uit dat de eerste kersen in de Griekse kolonie Kerasos aan de Zwarte Zee groeiden. Van daaruit zouden ze door een Romeinse generaal zijn meegenomen naar Rome en verder verspreid zijn over het Romeinse rijk. Tegenwoordig komt ze in grote delen van Europa en ook in Noord-Amerika en Azië voor. De boom verdraagt vrij lage temperaturen en is tot in het zuiden van Zweden te vinden. Maar een zacht klimaat en veel zon zorgt voor zoetere kersen en daarom zijn de dalen aan de Middellandse zeekust zo ideaal. Daar wordt het in de zomer niet zo heet en in de winter niet zo koud.
 
Er zijn twee hoofdsoorten kersen, de Prunus avium, de zoete kers, en de Prunus cerasus, de zure kers (deze wordt in België ‘kriek’ genoemd). De zoete kers is donkerder van kleur en wordt geteeld voor de directe consumptie als verse vrucht. De zure kers is felrood en wordt vooral industrieel verwerkt.
 
Spanje is niet zo’n groot kersenproductieland als bijvoorbeeld Griekenland, België en Italië maar er zijn toch een aantal streken die grotendeels van de kersenteelt bestaan. Behalve de Vall de Gallinera is dat vooral de Valle del Jerte in Extremadura en verder een paar streken in Jaén, Castellón en Barcelona.
 
Ongeveer een maand na de amandelbloesem beginnen de kersenbomen te bloeien. De bloemen zijn over het algemeen wit en bestaan uit vijf blaadjes met in het midden meeldraden en een stamper.

 

In tegenstelling tot de amandel (die pas vanaf augustus geoogst wordt) heeft de kers niet veel tijd nodig om zich te ontwikkelen tot een sappige vrucht: de eerste kersen worden in Spanje al in april geoogst. In de Vall de Gallinera is de oogst drie weken geleden begonnen en ze gaat tot half juni door. De kers is niet groot, ze meet doorgaans 1,5 tot 2 centimeter en binnenin zit één dikke pit.
 
Een kersenboom kan tot 25 meter hoog worden en het hout is hard en duurzaam. Het wordt gebruikt voor meubels en gereedschappen. De bomen groeien, als ze de ruimte hebben, breeduit om zoveel mogelijk licht op te vangen. Ze hebben een mooie vorm en met hun prachtige bloesem worden ze vaak in tuinen gezet als sierboom. Dat kan ook gemakkelijk want het is een boom die zich aanpast aan veel omstandigheden en niet veel zorg nodig heeft. Ze heeft wel vrij veel water nodig en in de winter genoeg koude uren om de bloem tot ontwikkeling te brengen.
 
Maar de kersenbomen zijn door de eeuwen heen vooral geliefd vanwege hun vrucht. De kers is erg lekker en bovendien is het de eerste steenvrucht die in het voorjaar geoogst kan worden. Daar komt nog bij dat de kers vitamine A, B, C en E bevat en verder ijzer, kalk, magnesium en potasium. In de fytotherapie worden kersen gebruikt vanwege hun zuiverende en vochtafdrijvende eigenschappen, ze zouden vooral helpen bij nierproblemen. Diabetici kunnen de kers echter beter links laten liggen, er zitten namelijk heel veel suikers in.De kers is het lekkerst puur, als tussendoortje, maar ook te gebruiken in fruitsalades, als in ingrediënt in likeur, cocktails, taarten en cakes en zelfs in combinatie met vlees en vis. Een spannende combinatie is bijvoorbeeld kipfilet met kersensaus.
 
Zoals elke vrucht die op grote schaal gekweekt wordt, heeft ook de kers in de afgelopen eeuw een grote ontwikkeling doorgemaakt. Er werden nieuwe soorten gekweekt die groter en sappiger waren of die eerder rijpten. De bekendste soorten in Spanje zijn momenteel de Burlat, de Napoleón en de Ambrunesa.
 
Ondanks al haar voordelen maakte de kersenteelt de afgelopen decennia moeilijke tijden door. De oogst is namelijk een arbeidsintensief karwei, mede omdat de bomen zo groot en omvangrijk zijn. Met het stijgen van de arbeidslonen was de kersenteelt nauwelijks nog lucratief. Inmiddels heeft men compactere bomen ontwikkeld met grotere vruchten, zodat de oogst weer rendabeler wordt. De laatste jaren zit de kersenproductie dan ook weer in de lift.In de Vall de Gallinera staat in mei en juni alles in het teken van de kers. Het is leuk er in deze maanden een kijkje te nemen. Een groot deel van de bevolking is betrokken bij de oogst en in juni viert men het jaarlijkse kersenfeest. In deze afgelegen streek met haar kleine dorpjes, waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan, is men qua kersenoogst wel met de tijd meegegaan. Een aantal van de autochtone soorten is vervangen door soorten met een even zoete smaak maar een groter formaat. Maar ondanks die vernieuwingen benadrukken de kersenproducenten in de Vall de Gallinera dat de manier van oogsten op een traditionele manier gebeurt: zo natuurlijk mogelijk en met respect voor het milieu. U vindt de Vall de Gallinera in het noorden van de Marina Alta. Vanaf de kust rijdt u naar Pego en daar gaat het verder via de CV-700 richting Muro de Alcoy.
 
Door: Bea Lutje Schipholt
 
.

 


De Week in Spanje 2008

De Week in Spanje 2007