Het wonder van het heilig gezicht

Het Spaanse katholieke geloof is doorspekt met symbolen, beelden en verhalen over wonderbaarlijke verschijningen of genezingen. In bijna elk klooster of elke kapel wordt wel één of ander reliek of bijzonder beeld bewaard en het is een goede ge­woonte dat voorwerp of beeld eens per jaar mee naar buiten te nemen en er een bedevaart aan te wijden. In Alicante ge­beurt iets dergelijks op de tweede donderdag na Pasen. Honderd­duizenden mensen wandelen die dag samen naar het klooster van Santa Faz, waar ze het gelijknamige relikwie mogen aanschouwen, dat bestaat uit een stukje textiel dat door Jezus zou zijn gebruikt om zijn gezicht mee af te drogen.
 
De pelgrimstocht naar Santa Faz, die dit jaar op 27 april valt, is een typisch voorbeeld van het Spaanse katholieke geloof. Waar de kerken steeds minder aanhang krijgen, is het tegendeel het geval met processies, religieuze festiviteiten en bedevaarten. Het lijkt er dan ook sterk op dat de deelname aan dit soort activitei­ten niet zozeer te maken heeft met het praktiseren van het ge­loof maar meer met een gevoel van saamhorigheid en het behoud van tradities. Een feit is dat de grootste pelgrimstocht van de provincie Alicante nog elk jaar een ongelooflijke deelname telt. Stel u maar eens voor: in een stad met driehonderdduizend inwoners doen tussen de tweehonderd- en tweehonderdvijftigduizend mensen mee aan een tocht van acht kilometer.
 
De pelgrimstocht naar het klooster van Santa Faz bestaat al sinds de 15e eeuw. Het was in die eeuw dat een priester uit Alicante een stuk van het doek waarmee Verónica tijdens Jezus’ gang over de kruisweg zijn gezicht had droog­gedept, uit Rome meenam. In eerste in­stantie had de priester die het stuk doek in bewaring had gekregen, niet door dat het een bijzonder voorwerp was. Hij vouwde het op en borg het op op de bodem van een kist. Maar de le­gende vertelt dat het doek, elke keer als de priester de kist opende, weer opengevouwen bovenop lag. Toen de omwonenden over het doek hoorden, vroegen ze of ze het in processie mee konden dragen om om regen te vragen. Net als de voorgaande paar jaar was er ook in het voorjaar van 1489 sprake van droogte in de regio Alicante. De processie was nog maar net begonnen, toen er een traan uit het op het doek geschilderde oog viel. Men besloot de processie een week uit te stellen. De week erna werd het doek weer uit de kist gehaald en op dat moment verschenen er aan de hemel drie afbeel­dingen van het heilig gezicht, die veranderden in wolken. Even later begon het te regenen. Het was het begin van de reputatie van de ‘Santa Faz’ (het heilig gezicht) en het duurde niet lang of het doek werd ondergebracht in een speciale kapel in een Clarissen­klooster dat de naam Monasterio de Santa Faz kreeg. Deze kapel lag precies op de plek waar de traan op het doek was verschenen.

Korte tijd later kwam de jaarlijkse pelgrimstocht naar het klooster op gang, een tocht die sindsdien al­tijd tien dagen na Paaszondag gehouden wordt.
 
De tocht kreeg al snel veel aanhang en die populariteit is vijf eeuwen later niet veel minder geworden. Sterker nog, vijf jaar geleden deed nog een recordaantal van meer dan 260.000 mensen mee aan de pelgrimstocht. De afgelopen jaren was dat iets minder maar er waren nog altijd meer dan tweehonderdduizend mensen op de been.
 
In de vroege och­tend van de grote dag zet de gemeente Alicante op de diverse beginplekken duizenden pelgrimstaffen van bamboe en rozemarijn klaar voor de deelnemers. De populairste beginplekken zijn het klooster Canoneses de San Agustín, de Conca­te­dral de San Nicolás en het gemeentehuis. Vanaf die plekken beginnen de pelgrims vanaf 07.00 uur ‘s ochtends hun tocht, die langs de kruisweg naar Santa Faz loopt en voor een groot deel via de N-332 gaat. De totaal af te leggen afstand is acht kilometer. Eén rijbaan van de N-332 wordt op de dag van de pelgrimstocht voor verkeer afgesloten zodat de enorme stroom pelgrims ongestoord kan voort wandelen.Tijdens de tocht ontstaat die typisch Spaanse sfeer van devotie gecombineerd met vrolijkheid. Vooral voor de oudere vrouwen is de tocht naar Santa Faz vaak een heel belangrijke religieuze aangelegenheid. Zij lopen met een afbeelding van het heilige gezicht aan een ketting om hun nek en bidden soms tijdens het lopen. Hun kinderen en kleinkinderen, die uit traditie meegaan, zien het meer als een vrolijk uitstapje.Halverwege de route heeft de gemeente een ‘paraeta’, een pauzeplaats, ingericht, waar de pelgrims de traditionele roscos de anís (anijs­krans­jes), mistela (zoete wijn) en cantahueso (lavendellikeur) aangeboden krijgen. Het is begrijpelijk dat na die pauze de stemming er nog beter inzit en dat de tweede etappe niet zwaar valt.Aangekomen bij het klooster van Santa Faz verzamelen de pelgrims zich op het plein voor het klooster en wachten tot het heilig gezicht naar buiten wordt gebracht en de speciale mis begint.Het relikwie wordt gedurende het hele jaar zeer goed bewaard. Het bevindt zich in een met een slot beveiligde urn. Er zijn vier sleutels die op dit slot passen, twee worden er be­waard op het gemeentehuis van Alicante en twee door de nonnen van het klooster van Santa Faz. Het slot mag al­leen geopend worden in aanwezigheid van de zogenaamde Caballeros Custo­dios, hetgeen letterlijk ‘bewakende heren’ betekent. Deze speciale bewakers hebben de opdracht het doek onafgebroken in de gaten te houden tijdens de dag van de bedevaart. Want op deze dag verlaat het relikwie enkele uren haar urn en wordt voor het klooster tentoongesteld, zodat de pelgrims het kunnen zien.
 
Na afloop van de mis bezoeken de gelovigen het klooster om een wens te doen. Er staat een lange rij van mensen die erop vertrouwen dat ze op deze dag om genezing of voorspoed kunnen vragen. Want volgens de overlevering heeft het reliek in de afgelopen vijf eeuwen na die eerste regenbui talloze wonderen teweeg gebracht.
 
Rondom het kloos­ter is het ondertussen feest. Er is de hele dag markt en kermis, er staan vele tientallen stalletjes met etenswaren, ambachtelijk ge­maakt keramiek, leer en textiel en natuurlijk allerlei voorwerpen met de afbeelding van het heilig gezicht. Er zijn volksdansen, er is muziek en de jeugd viert feest op het nabije strand van San Juan. Want na de devotie van de pelgrimstocht en de mis is het naar goed Spaans gebruik hoog tijd voor eten, drinken en vrolijkheid.
 
Door: Bea Lutje Schipholt
 
.