Aan de wandel met ‘de week’: het gat in de Peña de Forada

De Vall de Gallinera, in het noorden van de provincie Alicante, wordt aan de zuidkant afgesloten door de Sierra de Foradá. op één van de hoogste punten van deze bergketen heeft de natuur een gat gevormd, dat zowel vanuit de Vall de Gallinera als vanuit de Vall de Alcalá te zien is. Er leidt een mooie wandelroute naartoe en deze week schijnt bovendien de zon door het gat.
 
Praktische informatie
 
Duur: Twee uur en drie kwartierMoeilijkheidsgraad: Middel, één lastig stuk. Circa 500 meter stijgen.Beginpunt: Het beginpunt van de wandeling is in het dorpje Benissivá, in de Vall de Gallinera. U kunt dit dal van twee kanten bereiken, via Pego of via Cocentaina. In het eerste geval neemt u op de kustweg N-332 ter hoogte van El Vergel de afslag Pego en kiest in die plaats de CV-700 richting Adsubia en Vall de Gallinera. In het tweede geval neemt u bij Alicante de snelweg naar Alcoy en verlaat deze iets voorbij Cocentaina, richting CV-700 en Benimar­full. In beide gevallen volgt u de CV-700 tot u in het piepkleine dorpje Benissivá uitkomt. Doordeweeks is er hier langs de hoofdstraat wel ruimte om te parkeren, of anders in één van de zijstraten.Tip 1: Op 7 en 8 oktober om 18.00 uur schijnt de ondergaande zon precies door het gat in de Peña Forada op het Fran­cisca­nerklooster in het nabije Benitaia. Dit dorp ligt tegen Benissivá aangeplakt. Dat gebeurt rond 18.00 uur.Tip 2: Op 8 oktober is er van 10.00-15.00 uur een ambachtelijke markt in Benissivá.
 
Wandeling
 
Aan de doorgaande weg in Benissiva, ter hoogte van de landbouwcoöperatie die zich in het voorjaar bezighoudt met de kersenteelt, slaat u te voet af in de richting van het boven Benissivá gelegen Benitaya. Zoals u ziet, zijn er de bekende geelwitte markeringen aangebracht van de routes in de Comunidad Valenciana. Via een aantal trappen bereikt u Benitaya en boven gekomen slaat u linksaf en dan meteen rechtsaf. Vrijwel meteen daarna gaat het weer linksaf zodat u een soort zigzagbeweging heeft gemaakt. U verlaat het dorp en komt aan een splitsing van wegen. U gaat rechtdoor en volgt de geelwitte aanduidingen.Het pad begint meteen te stijgen en u passeert aan uw linkerhand de ruïnes van het zeventiende-eeuwse Franciscanerklooster San Andreu. De route gaat verder tussen boomgaarden door. Behalve de kersenbomen waar de Vall de Gallinera zo bekend om is, zijn er ook olijfbomen, amandelbomen, Jo­han­nesbroodbomen, vijgenbomen en enkele citrusbomen.
 
U blijft de geelwitte aanduidingen volgen, negeert zijpaden en komt na een minuut of twintig, net na een scherpe bocht, bij een splitsing.

U slaat hier rechtsaf, zoals de geelwitte strepen aanduiden. Het nieuwe pad loopt evenwijdig aan de Sierra de Foradá en u ziet het gat in de berg al voor u opdoemen. Het is een prachtig pad met mooie uitzichten op het dal. De bergwand waar u langs loopt heeft steeds grilliger vormen.
 
Bij een soort V splitsing neemt u het linkerpad en u blijft evenwijdig aan de bergwand lopen. Tien minuten later komt u opnieuw bij een splitsing maar omdat er nog steeds geelwitte aanduidingen zijn en de gemeente Vall de Gallinera ook duidelijke bordjes heeft geplaatst, is het nauwelijks mogelijk om verkeerd te lopen. Het rechterpad komt van beneden uit het dorp La Carroja en het linkerpad gaat verder naar de Peña Foradá.
 
De route wordt nu iets lastiger, het pad wordt smaller en het zigzagt omhoog. De stenen vormen echter traptreden dus echt moeilijk wordt het nooit. Een kwartier na de laatste splitsing komt u uit op een soort stenen plateau en even later bij een uitzichtpunt met opnieuw een splitsing. De geelwitte indicaties lopen hier rechtdoor maar voor het gat in de Sierra de Foradá moeten we rechtsaf. Er staan rode indicaties op de stenen geschilderd. De weg rechtdoor gaat naar de grot Cova del?Moro die u tegenover u in de bergwand ziet liggen.
 
Maar u gaat dus rechts in de richting van het gat. Het eerste deel van dit pad is niet steil , het gaat glooiend verder in de richting van het gat. Na ruim tien minuten komt u uit aan de voet van de bergtop waarin het gat zit. Het pad buigt iets naar rechts en gaat dan steil tegen de berg op. Dit is het moeilijkste deel van de wandeling maar voor ervaren wandelaars geen probleem. Bovendien is het maar kort, tien minuten hooguit. De beloning is een schitterend uitzicht én het feit dat u door het gat kunt lopen. Misschien ziet u langs de kant van de weg nog wat resten van oude bouwwerken. Volgens archeologen zou er hier een Iberische nederzetting zijn geweest.Na in totaal anderhalf uur wandelen bereikt u het gat in de Peña de Foradá en ziet u pas echt hoe groot dat is: vijf meter hoog en acht meter breed. U kunt er dus doorheen lopen en aan de andere kant de dorpjes Alpatro en Benissili zien. Aan de voorkant van de boog ziet u de overige zes dorpjes van het Galline­radal.
 
De wind blaast door het gat heen en het is dan ook verstandig een windjack aan te doen als u hier lang blijft staan of zitten. Volgens de overlevering schijnt de zon op 4 oktober, de naamdag van Sint Franciscus van Assisi, precies door het gat op de plek waar in de zeventiende eeuw het Franciscaner klooster werd gebouwd waar u langs bent gelopen. Deze data verschillen natuurlijk elk jaar een beetje dus dit jaar is het op 7 en 8 oktober dat u dit fenomeen kunt aanschouwen (zie tip).
 
Bij de terugweg moet u de eerste tien minuten even goed opletten bij de steile afdaling met losse steentjes. Op de splitsing met de rood geschilderde pijlen slaan wij linksaf om­dat we dezelfde weg terug lopen. U kunt ook rechtsaf naar de Cova del Moro lopen en de geelwitte aanduidingen volgen. Deze leiden echter uiteindelijk naar de Vall de Ebo en dat is een wandeling van vele uren. U kunt er ook voor kiezen alleen naar de grot te lopen en vervolgens weer terug te lopen naar deze splitsing en alsnog af te dalen via het pad van de heenweg naar Benissiva.
 
Eenmaal in de afdaling naar Benissiva en Benitaya is het even opletten bij de splitsing waar de linkerweg naar La Carroja leidt. Een geelwit kruis duidt echter aan dat dit niet de goede richting is voor de wandeling terug naar het beginpunt. Het mooie van de terugweg is dat de uitzichten op het dal, de dorpjes, de kasteelruïnes en de boomgaarden nog mooier zijn dan op de heenweg. Als u de ruïnes van het klooster passeert, is het nog maar tien minuten naar de auto.
 
Door: Bea Lutje Schipholt
 
.